
Bij aanrijdingen met aangezichtstrauma (letsel aan het gezicht) komt tandletsel regelmatig voor. In de letselschadepraktijk wordt dit vaak gezien als overzichtelijke schade: een afgebroken tand, een tandartsrekening en afronding van het dossier.
Dit beeld is onvolledig.
Tandletsel is in de acute fase vaak niet volledig zichtbaar. Schade kan zich pas weken of maanden later ontwikkelen. Ook tanden die er aanvankelijk intact uitzien, kunnen alsnog blijvend beschadigd raken.Vroege afwikkeling zonder medische follow-up brengt daarom risico’s met zich mee.
Een 52-jarige vrouw wordt als voetganger van achteren aangereden door een scooter. Zij valt voorover en komt met haar gezicht op het wegdek terecht. Er is kortdurend bewustzijnsverlies.
Op de spoedeisende hulp worden meerdere gelaatwonden vastgesteld. Een CT-scan toont geen hersenletsel. Er is een kleine neusfractuur zonder behandelindicatie. De wonden worden gehecht.Er wordt op dat moment geen duidelijke tandheelkundige schade vastgesteld.
In de weken na het ongeval ontstaan:
Tandheelkundig onderzoek toont een luxatieletsel: een verplaatsing van de tand in het kaakbot als gevolg van het trauma.
In het binnenste van een tand bevindt zich de pulpa. Dit is het levende deel van de tand met bloedvaten en zenuwen.Bij een luxatieletsel kan de bloedtoevoer worden verstoord. Hierdoor kan pulpanecrose ontstaan: het afsterven van het tandweefsel. Wanneer dit optreedt, ontstaat vaak apicale parodontitis: een ontsteking bij de wortelpunt in het kaakbot. Dit proces verloopt meestal vertraagd. Klachten en afwijkingen op röntgenfoto’s worden vaak pas weken tot maanden later zichtbaar.
De kans op pulpanecrose hangt af van de ernst van de verplaatsing:
Het risico op blijvende schade is dus aanzienlijk, afhankelijk van het type letsel.
CT-onderzoek en röntgenfoto’s tonen botstructuren en breuken. Zij geven geen informatie over de vitaliteit (levend of afgestorven zijn) van de pulpa. Complicaties zoals wortelresorptie (geleidelijke afbraak van de tandwortel) of ontsteking bij de wortelpunt worden vaak pas later zichtbaar. Een normale scan in de acute fase sluit tandheelkundige schade daarom niet uit.
Volgens de Nederlandse KIMO-richtlijnen (Dental Trauma Guide) is gestructureerde controle noodzakelijk na tandtrauma.
Controle vindt plaats na:
Tijdens deze controles worden onder meer uitgevoerd:
Pas na afronding van deze follow-up kan een betrouwbare uitspraak worden gedaan over de medische eindtoestand van het tandletsel.
Wanneer pulpanecrose optreedt, is een endodontische behandeling (wortelkanaalbehandeling) noodzakelijk. Hierbij wordt het afgestorven weefsel verwijderd en de wortel van binnen gereinigd en afgesloten. De tand wordt hierdoor structureel verzwakt. Vaak is plaatsing van een kroon nodig om breuk te voorkomen.
Complicaties kunnen optreden, zoals:
Wanneer behoud niet mogelijk is, volgt extractie (verwijdering van de tand) en plaatsing van een implantaat. Kronen en implantaten hebben een beperkte levensduur. Zij vereisen periodiek onderhoud en kunnen in de toekomst vervangen moeten worden. Dit betekent dat ook op langere termijn tandheelkundige kosten kunnen ontstaan.
Veelvoorkomende conclusies in de acute fase zijn:
Deze bevindingen sluiten latente tandheelkundige schade niet uit. De ernst van het letsel wordt vaak pas duidelijk tijdens de richtlijnconforme vervolgcontroles.Voor een zorgvuldige schadebeoordeling betekent dit:
Een vroege finale afwikkeling zonder deze componenten brengt het risico mee dat blijvende schade en toekomstige kosten buiten beschouwing blijven.
Tandletsel na een aanrijding is zelden een eenvoudige schadepost. De schade kan zich vertraagd ontwikkelen door pulpanecrose, ontsteking of wortelresorptie. Zonder adequate follow-up kan geen betrouwbare prognose worden gesteld. Bij afwikkeling dient rekening te worden gehouden met zowel de noodzakelijke vervolgcontroles als met mogelijke blijvende tandheelkundige schade en toekomstige kosten.

